Zowel Oekraïne als diverse landen en gebieden in het Nabije-Oosten (Iran, Libanon, Israël, Palestina en de Golfstaten) lijden vandaag onder zeer zwaar oorlogsgeweld. Ontelbare burgers en militairen komen om en hun woningen, infrastructuur en nutsvoorzieningen worden er zonder ophouden verwoest.
In oorlogssituaties is het internationaal humanitair recht van toepassing. Sedert zijn oprichting in 1863 is het Internationale Rode Kruis de behoeder van het humanitair oorlogsrecht ten overstaan van militairen en burgers. Het steunt daarbij op de Conventies van Genève van 1864 en 1949. Die conventies betreffen de rechten en de plichten van personen in een oorlogssituatie. Zij beschermen de burgers tegen gewelddaden en garanderen krijgsgevangenen een aantal basisrechten.
De bepalingen van de Conventies van Genève beschermen personen; goederen, en in het bijzonder cultuurgoederen vallen er niet onder. Daarom werd in 1954 de Conventie van Den Haag ondertekend. De staten die deze conventie onderschrijven, zijn verplicht om in vredestijd hun cultureel erfgoed te onderhouden en te beschermen. In tijden van militair conflict verbinden zij er zich toe o.a. af te zien van het gebruik van cultureel erfgoed voor militaire doeleinden, militaire installaties in de onmiddellijke omgeving van cultuurgoederen onder te brengen en erop toe te zien dat het cultureel erfgoed bij militaire operaties wordt beschermd en gerespecteerd en dat de toegang ertoe gegarandeerd blijft. Onder cultuurgoederen verstaat de conventie naast onroerend erfgoed zoals gebouwen en monumenten ook de in musea, bibliotheken en archiefdiensten bewaarde collecties en archeologische sites.
In 1996 werd het Internationaal Comité van het Blauwe Schild (nu “The Blue Shield” – “Het Blauwe Schild” genoemd) opgericht. Doel van het Blauwe Schild is de bescherming van erfgoed in geval van gewapende conflicten, natuurrampen of door de mens veroorzaakte catastrofes zoals brand, roofoverval of terrorisme. In die zin kan men de inzet van het Blauwe Schild voor het erfgoed vergelijken met de inzet van het Internationale Rode Kruis voor mensen in nood en in oorlogssituaties.
Momenteel zijn er wereldwijd 34 nationale Blauwe Schildcomités actief. Zij doen vooral aan bewustmaking inzake ramppreventie, het organiseren vormingssessies en studiedagen en stellen gespecialiseerde vrijwilligers ter beschikking voor eerste hulp en voor nazorg bij catastrofes. Het Belgische comité begon zijn werking in 1997 en is sinds 2000 een vzw. (https://www.blueshieldbelgium.be ). De naam van de organisatie is afgeleid van het blauwwitte schild dat als herkenningsteken aangebracht wordt op erfgoed dat in oorlogsomstandigheden bescherming geniet.
Op 4 maart 2026 verspreidde het ‘United States Committee of the Blue Shield’ (USCBS) een verklaring waarin het naar aanleiding van de Amerikaans-Israëlische aanval op Iran zijn diepe spijt uitspreekt over het verlies aan mensenlevens, vooral onder de burgerbevolking.
Het USBSC spreekt in dezelfde verklaring ook zijn grote bezorgdheid uit over het lot van het Iraans cultureel erfgoed waarvan een aantal sites Unesco-Werelderfgoed zijn. Speciaal wees het USCBS op de grote schade die het Golestan Paleis (in 2013 erkend als Unesco-Werelderfgoed) op 2 maart 2026 ten gevolge van bombardementen op Teheran heeft opgelopen. Het USCBS roept in haar verklaring van 4 maart de Amerikaanse regering, de Israëlische strijdkrachten en alle betrokken partijen op om de verplichtingen die in de Conventie van Den Haag en in de twee bijbehorend protocollen zijn opgenomen na te komen en onmiddellijk concrete stappen te ondernemen om cultureel erfgoedsites in de hele regio te identificeren en te beschermen.
Intussen werd ook bekend dat Iraanse raketten delen van de zogenaamde Witte Stad (woningen in Bauhaus-stijl, Unesco-Werelderfgoed) in Tel-Aviv (Israël) hebben vernield. In Libanon ligt Beiroet onder Israëlisch vuur en lopen archeologische sites zoals die van Tyrus (in Zuid-Libanon, Unesco-Werelderfgoed) groot gevaar. In Isfahan (Iran) werden het Chehel Sotoun Paleis met zijn historische tuin, gebouwen aan het 17de -eeuwse Naqshe-e-Jahanplein – Meidan Emanplein en de 17de-eeuwse Jame Abassi Moskee, alle drie erkend als Unesco-Werelderfgoed, door luchtaanvallen getroffen. Ook in andere gebieden in Iran wordt ernstige schade aan belangrijke historische gebouwen gemeld (The Art Newspaper, 10 maart 2026).
Het Belgische Blauwe Schildcomité ondersteunt de verklaring en de oproep van haar Amerikaanse zusterorganisatie USCBS alsook de gelijkaardige verklaringen van de Unesco (Unesco Statement van 8 en 10 maart 2026), van het Internationale Blauwe Schild, van de International Council of Museums (ICOM), en van Europa Nostra (Den Haag-Brussel, 11 maart 2026) met betrekking tot de bescherming het cultureel erfgoed dat momenteel door de oorlog in het Nabije Oosten wordt bedreigd en getroffen.
Geen enkel politiek of militair oogmerk rechtvaardigt de vernietiging van cultureel erfgoed. Erfgoed verbindt mensen met elkaar en bepaalt de identiteit van een gemeenschap. Wie bewust cultureel erfgoed vernielt, begaat volgens het internationaal recht een oorlogsmisdaad. De internationale gemeenschap heeft de morele plicht om waar ook ter wereld cultuurgoederen te beschermen en voor vernieling te behoeden.
Em. prof. dr. Gustaaf JANSSENS
Voorzitter van het Belgische Blauwe Schildcomité – Comité belge du Bouclier bleu – Blue Shield Belgium